Verhalen uit de Nieuwsbode

Iedere week verschijnt er een nieuw verhaal van Marcel in de Nieuwsbode. Ook schrijft hij columns voor Zeister Magazine. Marcel draagt ook voor uit eigen werk. Benieuwd? Bekijk het hier!


23 september – Groeten uit Harderwijk

Onderweg naar Harderwijk voor een dagje uit, dringt het besef langzaam tot je door dat de snelweg waarop je rijdt niet de glooiende Route du Soleil is met als eindbestemming de Cote d’Azur, maar een saaie rechte weg zonder tolpoortjes naar de kust van de Hollandse Zuiderzee. En die zie je dan opeens ook links van je opdoemen, met daarboven die sprankelende zon in een helderblauwe hemel met slechts hier en daar een toetje wolk. Je hebt besloten de vakantie in Nederland door te brengen.

Net buiten het centrum een ruime, nette parkeerplaats (twee uur gratis parkeren). Over de markt, door de historische stadspoort, slenterend door smalle straten met pleinen en terrassen. dolen en dwalen binnen de stadsmuren en tegen de zonsondergang de bordjes boulevard volgen….

Opnieuw dat fonkelden weidse water tot aan de horizon. Wandelend over de kade, langs grote zwarte parasols boven netjes gedekte tafels. De geur van mosselen met frites die uitwaaiert over de boulevard. Rechts, schuin achter je, een verliefd stel, verstrengeld, elkaar liefkozende woorden toefluisterend. En op dat moment realiseer je je dat deze dag, die zo gewoontjes en saai begon, een van je mooiste vakantieherinneringen zal worden. Inderdaad, gewoon in Nederland, aan de kust van de Zuiderzee.

7 oktober – Ode aan mijn buurvrouw

Een paar woorden en zinnen ter nagedachtenis aan mijn achterbuurvrouw op de Antonlaan. Op haar ruime balkon met serre en dakterras vol bloemen en planten, in de glorie van de ondergaande zon, met een gieter vol sprankelend water.

Een paar woorden en zinnen ter nagedachtenis aan Meriam, want zo heet ze, die ik altijd nakeek met bewonderende blik, als zij zwierig, haast feeëriek, voorbijkwam over de Slotlaan, waarbij ik mij telkens weer afvroeg of die voeten het zebrapad wel raakten.

Een paar woorden, zinnen en beelden ter nagedachtenis aan mijn achterbuurvrouw. Een mooie, parmantige, haast sprookjesachtige dame, met halflang zilvergrijs haar tot op de schouders, vrolijke bob, innemende glimlach en zuiver karakter, die ik in een verhaal/column voor De Nieuwsbode al eens eerder heb omschreven als sneeuwwitje op leeftijd.

Een paar woorden en zinnen, ter herinnering aan haar die helaas van ons is weggegaan. Hopelijk rechtstreeks naar die sprookjeswereld. Of doe toch maar de hemel, dan weet je tenminste zeker dat zij haar man nog steeds tegenkomt en tegen zich aan kan drukken.

 21 oktober – Schapenvacht

Wij waren al in het bezit van twee witte, wollige, roomblanke schapenvachten van het Texelse schapenras, die wij destijds hadden aangeschaft bij een handelaar in Noord-Holland, in een tijd dat schapenvachten nog niet overal verkrijgbaar waren. En die twee schapen lagen nu alweer enige tijd tevreden en uitgestrekt in onze weidse huiskamer. Een op de hoekbank en de andere op de luxe leren ‘Prominent’ stoel met verstelbare rugleuning en voetensteun.

Maar op een mooie zomerdag lag daar opeens, toen ik na een dag werken thuiskwam, koesterend in de zon, een derde schaap op de rotanrieten stoel bij het raam. Geen Texels schaap dit keer, maar een exotisch bruin, wat kleiner exemplaar, met grote sierlijke krullen op de schouders, kortgekruld op de flanken, en pluizige, vervlaste ratsakrullen op het achtereind. Weliswaar van een ander ras, maar ogenschijnlijk kon dit nieuwe schaap het algauw goed vinden met de twee andere schapen en had zich inmiddels gerieflijk geïntegreerd op een genoeglijk plekje in de huiskamer van onze bovenwoning op de Slotlaan.

Nu zijn wij de trotse bezitters, hoeders, van een kleine bescheiden, bekoorlijke kudde die zich niet meer laat wegdenken uit ons bestaan. En leven in de gelukkige omstandigheid en tevreden veronderstelling, dat wij onze schaapjes op het droge hebben.