Verhalen uit de Nieuwsbode

Iedere week verschijnt er een nieuw verhaal van Marcel in de Nieuwsbode. Ook schrijft hij columns voor Zeister Magazine. Marcel draagt ook voor uit eigen werk. Benieuwd? Bekijk het hier!


18 maart – Hamsteren

Ik zat ooit gehurkt boven het hoogste toilet ter wereld in het base-camp van de Mount Everest. Het bestond uit niet meer dan vier multiplex schotten die tegen elkaar leunden en elkaar in evenwicht hielden.

Met daarbinnen niet meer dan een groot, diep gat vol met stront. Zoveel, dat toen ik tussen mijn knieën keek, het vermoeden kreeg dat die Mount Everest waar ik met zoveel moeite tegenop klom, niets anders was dan de hoogste stronthoop ter wereld. Ik was daar overigens met mijn zoon. Dus als u mij niet gelooft, dan vraagt u het maar aan hem.

Want ook hij heeft gehurkt boven datzelfde gat gezeten. Maar hij was wel zo verstandig om zelf wat toiletpapier mee te nemen voor deze enerverende stoelgang, en ik dus niet. Maar wees gerust, ik ga u niet vertellen hoe ik dit verder heb opgelost. Ik voel mij alleen genoodzaakt dit te vertellen als verklaring voor het feit dat na deze ervaring mijn grootste angst is geweest om ooit nog eens zonder toiletpapier te komen zitten tijdens de stoelgang.

En dat dit, ondanks dat het in deze tijd als asociaal en onnodig wordt beschouwd, de reden was het laatste pak toiletpapier uit het schap van de Jumbo te pakken. Sorry!

25 maart – Medicijnman

Hij werkt voor een apotheek en brengt elke donderdag medicijnen rond in Zeist. Op de fiets wanneer het in de buurt is en anders met de auto. Het is prettig en dankbaar werk en in de meeste gevallen wordt hij, voornamelijk door ouderen die niet in staat of in de gelegenheid zijn hun medicijnen zelf bij de apotheek af te halen, met een glimlach en open armen ontvangen. Als was hij de genezer zelf die in hoogsteigen persoon bij hen aan de deur komt om hen te verlossen van hun kwalen, pijntjes en ongemakken.

Maar tegenwoordig is dat anders…

In deze onzekere bange tijden namelijk is hij niet langer de welkome weldoener voor wie de deuren wijd open gaan en degene die met een gevoel van opluchting en blijdschap wordt ontvangen. Maar de boodschapper en dragen van het kwaad en een mogelijke besmetting. En diezelfde vrouw die hem voorheen altijd met een glimlach en open armen ontving, nooit zonder een koekje liet vertrekken, staat nu onzichtbaar angstig verscholen achter haar voordeur die slechts op een kier staat. Door de smalle donkere deuropening steekt alleen een dunne trillende broze arm met om haar uitgestoken hand een plastic boterhamzak, die zij dichtknijpt als hij het medicijndoosje in haar handpalm legt.

8 april – Beelden

Het zijn meestal geen woorden, maar vooral beelden die je bijblijven. Vooral wanneer het om iets ingrijpend gaat. Een stilstaande gele tram in Utrecht, wanneer het gaat om een terroristische aanslag. Een paarsbleek kind in korte broek, happend naar zand en vrijheid, wanneer het gaat om de oorlog in Syrië en vluchtelingen.

En wanneer het om deze huidige tijd gaat, het nu, dan is het beeld dat mij het meest zal bijblijven, het beeld van een Italiaans ziekenhuisbed met een schokkende opa in blauwwitte pyjama, worstelend tussen geribbelde slangen die zijn aangesloten op een beademingsmachine. En dan met name dat blote stukje trillende arm dat uit de mouw van die pyjama steekt, de kleine geaderde knuist, met schriele vingers die openen en knijpen, klauwen, willen zich vastgrijpen aan het leven. Dat is het beeld dat ik maar moeilijk kan verdragen en vergeten.

En dan probeer ik dat beeld te verdringen door hem mij opnieuw voor te stellen, maar dan een week, of misschien zelfs nog maar een dag eerder, op een terras in de Italiaanse voorjaarszon, de geur van espresso, een glas helder water, een opengeslagen roze Gazetta dello Sport en een rokende sigaret zonder filter in de asbak, op tafel. Zijn scooter aan de overkant van de straat. De ober die de luifel uitdraait en de schaduw die dan over opa trekt.